Op naar de laatste etappe: de watervallen van Iguazú

Beste vrienden,

Toen we vanmorgen de luiken voor het raam van onze slaapkamer openklapten, stonden we plotseling oog in oog met een kolibri, die enigszins verstoord doch parmantig van ons wegzoemde. Het nachtelijke krekelkoor was al gestopt en de eerste vogeltjes zongen hun ochtendlied. Nu nog even de vogel opzoeken die gisteren vlak voor onze auto opdook. Het blijkt een makkie: het is een southern lapwing ofwel een Chileense kievit en die komt overal in Zuid-Amerika voor. Bij nader inzien hebben we ze ook wel door de lucht zien klapwieken.


Na het ontbijt (met taart!) worden we opgehaald voor het ritje naar het Aeropuerto van Salta, waar we het vliegtuig naar Iguazú nemen. Voor de verandering is het een directe vlucht, en we hoeven niet langs Buenos Aires. We proberen de chauffeur ‘Goedemorgen’ te laten zeggen en hij is vrij succesvol. Het lijkt op ‘Gute Morgen’, en dat heeft ie al onder de knie. Nu nog even oefenen op de harde G: Scheveningen, Scheveningen, Scheveningen. ¡Muy bien, señor chófer!

Gisteren nam ik stiekem een foto van de chauffeur van een toeristenbusje. Hij stond met een matépotje en een thermoskan warm water te wachten op zijn klantjes. Maté is een aftreksel van de jonge blaadjes van de matéplant. De groene blaadjes en de knopjes worden gedroogd bij een open vuur en daarna gestampt. Maté smaakt bitterzoet en een beetje rokerig, en bevat opwekkende stoffen. De maté wordt in een kleine kalebas gestopt, waarna er warm water overheen gaat. De maté wordt met een metalen rietje (de bomba) opgezogen, waarbij de kalebas van hand tot hand gaat als teken van vriendschap, De kwaliteit van zowel de maté als het gerei kan variëren al naar gelang de breedte van je beurs. Je moet wat wennen aan de smaak, net zoals bij Japanse groene thee, of Tibetaanse thee met yakboter. Ik vond het in ieder geval niet verkeerd, temeer daar de kalebas mij werd aangereikt, maar dat was in Patagonië.


Gisteren kwam mij weer een mooi Zuid-Amerikaans boek in herin
nering dat ik ooit heb gelezen: Cien años de soledad (Honderd jaar eenzaamheid) van Gabriel García Márquez. Hij was Columbiaan, Nobelprijswinnaar en exponent van het magisch realisme in de literatuur. Na zoveel jaren heb ik het verhaal niet meer helder, dus moet ik het nog maar eens lezen.


Als appetizer voor jullie een citaat van Márquez: 

 “Não é verdade que as pessoas param de perseguir os sonhos porgue estão a ficar velhas, elas estão a ficar velhas porque pararam de persguit os sonhos.” 

"Het is niet waar dat de mensen stoppen met het najagen van hun dromen omdat ze oud worden, ze worden oud omdat ze stoppen met het najagen van hun dromen". 

Ik ga het boek maar weer in de Nederlandse vertaling lezen.


Als we allemaal hutje-aan-mutje in het vliegtuig zitten, houd ik mijn muis dicht tegen mijn mond en spreek: ‘Computer, flight mode’. Iedereen zit te Whatsappen, niemand reageert en alleen mijn echtgenote kan de grap waarderen. Thuis gaan we alle Star Trek films weer eens bekijken, inclusief de legendarische scene met Scotty en de sprekende computer.


We zitten nu in de tropische tuin van ons hotel in Iguazú en beluisteren allerlei exotische avondliederen uit vele exotisch gevormde snavels, zoals van deze vorkstaart koningstiran.

Reacties